Een plug-in is een (software) functionele apparaatuitbreiding binnen een ETS-project. Een plug-in moet worden geïnstalleerd voordat hij kan worden gebruikt en heeft een ETS-onafhankelijk versiesysteem. Een apparaat met dergelijke plug-in kan op deze manier een eigen parameterdialoogvenster en/of een eigen downloadprocedure met zich brengen. De apparaat-plug-ins zijn software die is ontwikkeld door de fabrikant van het apparaat, en ondersteuning hiervoor kan alleen door hen worden gegeven.
Om te achterhalen of een plug-in is vereist en/of reeds is geïnstalleerd, moet de kolom 'Plug-in' in 'Catalogi' worden geactiveerd (1), d.w.z. klik met de rechtermuisknop op de header van een beschikbare kolom en controleer in het contextmenu of 'Plug-in' is aangevinkt.
Afhankelijk van de status van de plug-in kan de nieuwe kolom de volgende informatie bevatten:
- Gebruikt plug-in: een plug-in is vereist, maar (nog) niet geïnstalleerd
- Geïnstalleerd
Plug-in types
Plug-in voor gebruikersinterfaces
1. Plug-in voor parameterdialoogvensters
Dit is een subtype van de plug-ins voor de gebruikersinterface. Deze plug-ins vervangen de standaard parameterdialoogvensters in ETS. Dit (vervangende) dialoogvenster wordt als een afzonderlijk en modaal venster weergegeven.
Modaal: ETS blijft 'geblokkeerd' zolang dit parameterdialoogvenster wordt weergegeven.
2. Plug-in van het contextmenu
Dit is een subtype van de plug-ins voor gebruikersinterfaces. Een extra, apparaatspecifiek item is beschikbaar in het contextmenu.
Downloadplug-in
Deze plug-ins vervangen de standaardprocedure voor apparaatconfiguratie van ETS.
Data-Handlerplug-in
Deze plug-ins bewerken/beheren automatisch de apparaatgegevens tijdens het importeren/exporteren van projecten en bij het kopiëren van apparaten.