Dit online formulier moet worden ingevuld voor de registratie van elk nieuw Hoofdproduct. Het bevat onder andere informatie over het productbereik, testvereisten, gebruikte fysieke laag en stack, connectortype enz. die in het product worden gebruikt dat ter registratie wordt ingediend.
| Veld | Uitleg |
| Hardware serienummer | Opgehaald uit het *.knxei bestand. Dit is niet het KNX serienummer. |
| Hardware serie versie | Opgehaald uit het *.knxei bestand. |
| Productbereik | Geef aan of dit product geschikt is voor gebruik in de Thuis- of Industriële omgeving. Wanneer u Industriële omgeving selecteert, betekent dit dat dit product ook voldoet aan de Thuisomgeving. |
| Gebruikte standaarden voor KNX hardware certificatie |
Geef aan of het product minstens voldoet aan:
in combinatie met een passende productnorm. Meer informatie vindt u in Volume 4/1. |
| Productfamilie en Producttype | Selecteer de Productfamilie en het Producttype. Hier kunnen alleen productfamilies en -types worden geselecteerd die bepaald zijn door KNX Associatie. Product kan teruggevonden worden met deze specifieke productfamilie/type op de KNX website. |
| Busstroom |
Busstroom in mA Voor voedingen is dit de maximaal leverbare stroom, voor andere apparaten is dit de gemiddelde stroom die van de bus wordt getrokken. Dit veld is alleen van toepassing voor TP apparaten. Meer informatie vindt u in Volume 4/1. |
| Testklasse | Selecteer één van de producttestklassen volgens Volume 8/1. |
| Deactivatie van lagen van gebruikte Bus Access Unit | Geef aan of alle lagen van de Bus Access Unit al dan niet in gebruik zijn. |
| Fysieke laag gecertificeerd | Geef aan welke fysieke laag (chip) u in uw product hebt gebruikt. |
| Stack gecertificeerd op gebruikte microcontroller |
|
| Bijkomende processor | Geef aan of er een extra processor is naast de normale KNX processor. |
| Support voor gebruikersbeheer | Geef aan of het apparaat (m.a.w. de geïntegreerde microprocessor) geladen werd via User Management Services. Dit is meestal vereist wanneer er twee microcontrollers binnen één product zijn. |
| Overeenstemming met schakeldiagram + componenttoleranties bij gebruik van een gecertificeerde chipset | Geef aan of bij gebruik van een gecertificeerde chipset, de chip (transceiver) voldoet aan het schakelschema en de componenttolerantie-richtlijnen die meegeleverd werden met het datasheet van de chipset. Indien aangevinkt, betekent dit dat u de chip gebruikt binnen de gespecificeerde beperkingen wat betreft toleranties in de specifieke schakelingen. |
| KNX connectortype voor busaansluiting | Selecteer het type busverbinding dat wordt gebruikt zoals uitgelegd in volume 9/1 van de KNX-Specificaties. Selecteer "eigen oplossing, maar voldoet aan de minimumvereisten" als u gekozen heeft voor uw eigen oplossing. |
| Type gebruikt voor verbinding met applicatiemodule | Selecteer het PEI-type dat wordt gebruikt voor de verbinding met de applicatiemodule zoals uitgelegd in volume 9/1 van de KNX-Specificaties. |
| Verbinding met ander niet-KNX-medium | Geef aan op welk medium het product eveneens kan aangesloten worden dat niet voldoet aan de KNX vereisten (bv. IP (niet KNXnet/IP), DALI enz.). |
| Rechtstreekse koppeling van SELV-circuit aan KNX |
Normaal gesproken moeten alle SELV-circuits in een apparaat van elkaar worden gescheiden. Het kan echter zijn dat er andere SELV-circuits zijn (met vergelijkbare spanningsbereiken als KNX) die zijn aangesloten op de KNX SELV. Geef in dit geval aan of secundaire SELV-circuits in het apparaat rechtstreeks op KNX zijn aangesloten volgens Volume 4/1 van de KNX-Specificaties. |