De markeringsvereisten zijn vastgelegd in de desbetreffende productnormen. Naast deze algemene vereisten en aangezien het KNX-handelsmerk alleen, niet duidelijk het KNX transmissiemedium, de configuratiemodus, de ondersteuning van security en IoT identificeert, is er een KNX-specifieke labeling noodzakelijk.
Basis labeling vereisten
- Elke apparaat moet duidelijk herkenbaar zijn met betrekking tot het fysieke medium en de geïmplementeerde configuratiemodus.
- Deze basisvereiste is certificatierelevant, d.w.z. geverifieerd en vastgelegd in het testrapport van het geaccrediteerde testlabo.
Medium Label
| KNX Medium | Label |
| TP1 | TP |
| PL110 | PL |
| RF | Raadpleeg Volume 3/2/5 voor labeling vereisten van KNX RF-apparaten. |
| IP | IP |
Configuratie Label
| KNX Configuratiemodus | Label |
| S-Mode | S |
| E-Controller | EC |
| E-LTE | EE |
| E-PB | EP |
Security Label
| KNX Security label | Label |
| KNXnet/IP Secure | X (letter X) |
| KNX Dataveiligheid | X (letter X) |
| Secure niet ondersteund | geen label vereist |
De mate van security die wordt geboden door het product met het label, moet op het product datasheet worden vermeld.
IoT label
| KNX IoT Label | Label |
| KNXIoT 3rd Party API | IoT1 |
| KNXIoT Point API | IoT2 |
Indien beide interfaces in één apparaat zijn geïmplementeerd, kunnen uiteraard beide labels op het product worden gebruikt.
De IoT-labels impliceren reeds dat Security ondersteund wordt (door specificatie), dus een bijkomend KNX IoT Secure label is niet gedefinieerd, noch moeten KNX IoT apparaten bijkomend gelabeld worden met het X-label.
Belangrijke opmerkingen met betrekking tot labeling
- De plaats en de weergave/vormgeving van het label op het product (voor-, achter- of zijkant) kan door de fabrikant zelf worden bepaald, maar mag niet in strijd zijn met de relevante vormgevingsregels voor handelsmerken, richtlijnen voor het KNX-handelsmerk en/of productnormen. Als vuistregel geldt dat de labels een voldoende afstand moeten respecteren zodat ze niet worden geïnterpreteerd als onderdeel van het KNX handelsmerk.
- Als een apparaat een gateway is die verschillende media verbindt, mogen de labels alleen worden gebruikt als de desbetreffende media voldoen aan de KNX vereisten. Als een S-Mode apparaat bijvoorbeeld een TP1-apparaat met een propriëtaire RF-oplossing verbindt, mag het RF-label niet worden gebruikt. het apparaat mag daarom alleen het TP en S-Mode label dragen.
Als een apparaat dus een IP-verbinding heeft, mag het alleen worden gelabeld met het gedefinieerde label "IP", indien het minstens voldoet aan het minimale KNX(net/)IP-profiel. In alle andere gevallen mag het IP-label niet worden gebruikt. - De beschikbaarheid van ETS-productdata voor een apparaat betekent niet noodzakelijk dat het apparaat kan worden geïdentificeerd als een S-Mode-apparaat. Hiervoor is het absoluut noodzakelijk dat het applicatieprogramma (inclusief de adressen die door ETS zijn toegewezen) door ETS in het apparaat kan worden gedownload. Bijgevolg geven ook fabrikantspecifieke configuratiemethoden geen recht om gebruik te maken van de gedefinieerde configuratielabels.
- Voor apparaten die de KNX IoT 3rd Party API implementeren, maar waarbij de IoT Gateway de KNX communicatie naar huis- en gebouwnetwerken niet ondersteunt, bestaat er nog steeds de mogelijkheid voor de fabrikant om de API KNX-gecertificeerd te krijgen. Indien de tests positief zijn, mogen de fabrikanten het KNX IoT1 label gebruiken, maar niet het KNX-handelsmerk zelf.