KNX-apparaten kunnen worden geconfigureerd via:
- S-Mode (ETS)
- E-Mode
- PB-Mode (Push button Mode)
- Ctrl-Mode (Controller Mode)
- LTE-Mode (Logical Tag Extended Mode)
Deze configuratiemodi gebruiken verschillende modellen, KNX services en data om KNX-apparaten te configureren. In Ctrl-Mode en PB-Mode is de functionaliteit van kanalen gestandaardiseerd, wat betekent dat de parametrisatie veel beperkter is dan in S-Mode. E-Mode compatibele apparaten zijn al voorgeprogrammeerd, hebben een beperkte functionaliteit met een standaard set van parameters en zijn bedoeld voor kleine tot middelgrote installaties.
Omdat de Manufacturer Tool en ETS, E-Mode niet standaard ondersteunen, moet elke E-Mode-apparaat over een minimale S-Mode-interface beschikken om een minimale configuratie van deze apparaten met ETS te garanderen.
Hoe een E-Mode product indienen ter registratie?
- Volg de stappen zoals beschreven in de Registratiefase.
- Selecteer in het Applicatieprogramma datasheet de juiste E-Mode variant.
- Voor het E-Mode gedeelte moet de fabrikant op briefpapier van het bedrijf aangeven welke kanalen zijn gebruikt in overeenstemming met de verschillende Volumes (bv. 7/1/11, 7/10/11, 7/20/11, enz.) waarbij ook de ondersteunde datapunttypes en de bijbehorende 'Connection codes' moeten worden vermeld.
- Aangezien de huidige MyKNX Productregistratietool het uploaden van deze verklaring niet ondersteunt, moet de fabrikant deze verklaring via een aparte e-mail naar de KNX Certificatie-afdeling sturen, waarbij de MyKNX registratie-ID vermeld moet worden.
Opmerking:
- Wanneer de fabrikant een parameter toevoegt aan een gestandaardiseerd kanaal, dan wordt dit kanaal per definitie een privékanaal, waarvoor de fabrikant om goedkeuring moet vragen.