KNX Association streeft ernaar om compatibiliteit tussen producten van verschillende KNX-fabrikanten te garanderen, zowel binnen specifieke applicatiedomeinen als tussen verschillende toepassingsgebieden. Om dit te bereiken, is het essentieel dat alle KNX-fabrikanten zich tijdens het ontwerp van hun applicaties houden aan het Interworking Model zoals beschreven in Volume 3/7/1.
In sommige gevallen moet een fabrikant een groepsobject implementeren waarvoor geen geschikt datapunttype (DPT) beschikbaar is in Volume 3/7/2. In dat geval mag de fabrikant een niet-gestandaardiseerde DPT ter goedkeuring voorstellen, op voorwaarde dat deze voldoet aan de KNX DPT-ontwerprichtlijnen.
Dergelijke voorstellen moeten worden ingediend bij de KNX-systeemafdeling van KNX Association. Indien nodig kan de afdeling overleggen met de Werkgroep Interworking (WGI) om de aanvraag te beoordelen. Het doel van dit proces is om het hergebruik van niet-gestandaardiseerde DPT's door andere fabrikanten mogelijk te maken en mogelijk de weg vrij te maken voor hun toekomstige standaardisatie.
Hoe dient men een niet-gestandaardiseerd datapunttype ter goedkeuring in?
- Als een niet-gestandaardiseerd datapunttype in uw applicatieprogramma geïmplementeerd is, dan moet het eerst goedgekeurd worden voordat u het KNX-product waarin dit niet-gestandaardiseerde DPT gebruikt wordt, voor registratie indient.
- Een fabrikant kan goedkeuring van deze niet-gestandaardiseerde DPT in zijn MyKNX-account aanvragen.
Verdere richtlijnen
- Vraag de goedkeuring van de niet-gestandaardiseerde DPT op tijd aan; bij voorkeur in de fase wanneer u weet dat er een niet-gestandaardiseerde DPT nodig zal zijn.
- Alleen een persoon met de rol "Member Certification Coordinator" of "Member Certification Contributor" kan een niet-gestandaardiseerd DPT ter goedkeuring indienen in MyKNX.
- Vul het online niet-gestandaardiseerde DPT-formulier zo gedetailleerd mogelijk in het Engels in. Zo niet, dan kan dit leiden tot aanzienlijke vertragingen in de goedkeuring.
- Elk verzoek voor goedkeuring van een niet-gestandaardiseerd DPT krijgt een unieke ID van KNX Association.
- Wanneer u uw project in de Manufacturer Tool aanmaakt, zorg ervoor dat u voor deze specifieke niet-gestandaardiseerde DPT het veld Datapunttype leeg laat:
- Wanneer u de niet-gestandaardiseerde DPT-informatie invult in de registratieaanvraag in MyKNX, zorg er dan voor dat u verwijst naar de ID van de goedgekeurde niet-gestandaardiseerde DPT.
- Men kan alleen verwijzen naar zijn eigen goedgekeurde niet-gestandaardiseerde DPT's en niet naar de goedgekeurde niet-gestandaardiseerde DPT's van andere bedrijven.
- Als een niet-gestandaardiseerde DPT vermomd als een counter-DPT (bv. 5.010 (DPT_Value_1_Ucount) of een andere tellerwaarde) wordt gevonden door KNX Association of door het KNX geaccrediteerde testlabo, zou het gevolg kunnen zijn dat een toekomstige registratieaanvraag, voor de update van dit applicatieprogramma (waarbij dezelfde niet-gestandaardiseerde DPT opnieuw wordt gebruikt), wordt afgewezen. Dit betekent dat uw klanten die al gebruik maken van deze niet-gestandaardiseerde DPT in hun projecten, geüpdatete applicatieprogramma's niet opnieuw kunnen gebruiken, waarbij deze niet-gestandaardiseerde DPT vervangen moet worden door een andere codering.
- Indien een niet-gestandaardiseerde DPT is goedgekeurd voor applicatieversie x en wordt hergebruikt voor hetzelfde producttype met hetzelfde Functieblok in een applicatieprogramma met versie x+1, dan zal KNX Association het bijgewerkte applicatieprogramma blijven registreren zonder het niet-gestandaardiseerde DPT opnieuw formeel goed te keuren. De fabrikant kan gewoon verwijzen naar het eerder goedgekeurde niet-gestandaardiseerde DPT.
Als het echter gaat om een ander producttype met andere Functieblokken gaat, dan moet de KNX fabrikant deze niet-gestandaardiseerde DPT eerst opnieuw indienen voor formele goedkeuring. - Niet-gestandaardiseerde DPT's moeten worden ontworpen met de bedoeling om door andere fabrikanten te worden hergebruikt en mogelijk zelfs gestandaardiseerd. Volg de DPT ontwerprichtlijnen in Volume 3/7/1 "Interworking Model" van de KNX-Specificaties en let op het volgende bij het ontwerpen van uw DPT:
- Hergebruik de codering van velden die te vinden zijn in reeds bestaande gestandaardiseerde DPT's (zie Volume 3/7/2) en "vind het wiel niet opnieuw uit".
- Denk aan de foutafhandeling. Is er een eenvoudige foutafhandeling mogelijk?
- Zorg ervoor dat er geen conflict/overlapping is met gestandaardiseerde Datapunttypes. Dit betekent dat als er voor een bepaalde functionaliteit een standaard KNX oplossing bestaat, deze gestandaardiseerde DPT moet worden geïmplementeerd.
- Kies een datatype met de juiste lengte. Ongebruikte bits moeten op de meest significante positie (en niet ergens in het midden of aan het begin) worden geplaatst en moeten op nul worden gezet.
- Als een niet-gestandaardiseerde DPT naast een gestandaardiseerde DPT wordt gebruikt, en als deze instelling via de parameters kan worden gewijzigd, dan moet ervoor worden gezorgd dat de standaardwaarde van de parameterinstelling op de gestandaardiseerde DPT wordt ingesteld.
- Als u een wiskundige bewerking (groter dan, kleiner dan, plus of minus) kunt uitvoeren op de voorgestelde codering, betekent dit dat dit een tellerwaarde (uCount) is. Tellerwaarden worden gebruikt om dingen te tellen, bijv. hoe vaak is een relais in-/uitgeschakeld? “0: zomer”, “1: herfst”, “2: winter”, “3: lente” is geen tellerwaarde, aangezien de uitdrukking “zomer” is groter dan “winter” niet logisch is.
- Als u geen wiskundige bewerkingen kunt uitvoeren op de voorgestelde codering, dan is dit hoogstwaarschijnlijk een Opsomming (N). Houd er rekening mee dat in een Opsomming u slechts één waarde tegelijkertijd actief kunt hebben. Als het een Bitset/Boolean is, kunt u meerdere waarden tegelijkertijd actief hebben.