Parametertypes toevoegen
- Voordat parameters kunnen worden gedefinieerd, moeten parametertypes worden aangemaakt.
- Klik met de rechtermuisknop op het applicatieprogramma en selecteer Add new/ParameterTypeNumber. Meer informatie over de andere parametertypes kan gevonden worden in Parametertypes definiëren.
- Typ 'My Parameter' in het veld Internal Name. Deze naam moet uniek zijn binnen het applicatieprogramma:
Geheugenparameters toevoegen
Een geheugenparameter beschrijft de locatie van een parameter in het geheugen.
- Klik met de rechtermuisknop op 'Static' in het applicatieprogramma en selecteer Add new/Memory Parameter.
- Selecteer 'My Parameter' in het veld Parameter Type.
- Stel de standaardwaarde van de parameter in op 50d.

- Bij het aanmaken van de parameter wordt de betreffende ParameterRef gemaakt, waarin u de geheugenparameter die u eerder heeft aangemaakt kunt vinden.
Meer informatie over dit onderwerp kan in Parametertypes definiëren gevonden worden.